Ik sprak met Nu.nl over de jongste Noord-Koreaanse test van een nieuw type kruisraket, dat een bereik van zeker 1.500 kilometer heeft. De test kwam kort na een Noord-Koreaanse militaire parade en het heropstarten van een kernreactor in Yongbyon, maar óók rap na een Zuid-Koreaanse test met een nieuw type raket.
Noord-Korea kampt met steeds ernstiger voedselproblemen en fiks stijgende marktprijzen. Graantekorten plagen het land, dat de grenzen nog lang gesloten houdt. Kim Jong-un zegt klaar te zijn voor zowel dialoog als confrontatie met president Biden.
Ik sprak bij het NOS Journaal van 2 mei 2021 over de uitspraken van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un, die Joe Biden betichtte van ‘vijandig beleid’ en dreigde hem met gelijke munt terug te betalen. Biden had gesteld dat Noord-Korea zijn nucleaire programma moet ontmantelen. Binnenkort wordt de Noord-Koreastrategie van de nieuwe Amerikaanse regering verwacht.
Noord-Korea verbrak de banden met Maleisië en de laatste internationale ngo-medewerkers vertrokken uit het land. Met de VS en Zuid-Korea is nauwelijks contact. Keert Noord-Korea nog meer in zichzelf of trekt het gewoon zijn eigen plan?
Ook in tijden van pandemie slaagt Noord-Korea er goed in VN-sancties te omzeilen. Het land importeerde nu al meer olie dan is toegestaan voor 2020, verkocht steenkool aan China en kunstwerken aan Zuid-Koreaanse kopers. Dat staat in het nieuwste halfjaarlijkse onderzoeksrapport van het door de Verenigde Naties aangestelde Expertpanel.
De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un begon het nieuwe jaar gezellig door te zeggen dat hij zich niet langer gebonden voelt aan een moratorium op het testen van atoombommen en intercontinentale raketten. Het land zal de wereld spoedig een „nieuw strategisch wapen” demonstreren en „schokkende actie” ondernemen, aldus Kim.
In het Chinese Chengdu zitten dinsdag China, Japan en Zuid-Korea om tafel. Hoog op de agenda: Noord-Korea en een handelsconflict.
De weer oplaaiende Noord-Koreaanse dreiging domineert de agenda in Chengdu. Het regime van Kim Jong-un heeft de Verenigde Staten een deadline gegeven tot het einde van het jaar om met een doorbraak in de vastgelopen onderhandelingen over de brug te komen, het liefst in de vorm van sanctieverlichting. Eerder deze maand dreigde Pyongyang dat de VS zelf bepalen welk „kerstcadeau” ze krijgen, waarmee het communistische bewind hint op een raketlancering.
Noord-Korea slaat sinds vorig jaar een mildere toon aan en die lijkt ook zijn weg te vinden naar de munterij van het communistische land. De centrale bank van Pyongyang heeft een herdenkingsmunt geslagen waarop te zien is hoe drie handen gezamenlijk een raket waarop de letter ‘N’ staat – van nucleair – kapot breken.
De penning dook op vlak na de ‘flitstop’ van de Amerikaanse president Donald Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un in de gedemilitariseerde zone tussen de beide Korea’s, vorige maand. Het staartstuk van de raket breekt af, brokstukken liggen ernaast. Langs de bovenrand is te lezen: „denuclearisering van het Koreaanse schiereiland” en eronder staat gegraveerd: „bescherming van de vrede en veiligheid in de wereld”. Van wie de handen zijn, staat er niet bij, maar vermoedelijk moeten ze de vermeende samenwerking tussen de Verenigde Staten en Noord- en Zuid-Korea illustreren.
De munt werd begin juli voor het eerst getoond in Zuid-Korea, door Lee Sang-hyun van de Koreaanse Raad voor Verzoening en Samenwerking. Dat is een Zuid-Koreaanse koepel van zo’n tweehonderd organisaties die zich gezamenlijk inzetten voor meer coöperatie en dialoog met Noord-Korea. De centrale bank zou het muntstuk al in april hebben geslagen, kort na de mislukte tweede top van Trump en Kim, in Hanoi.
Met de penning wil Noord-Korea onderstrepen dat het streeft naar een kernwapenvrij schiereiland. Zij het dat het sinds het begin van de onderhandelingen tussen Washington en Pyongyang vorig jaar nog geen enkel atoomwapen of langeafstandsraket heeft opgegeven. Sterker nog, uit Amerikaanse satellietbeelden zou blijken dat de productie van Noord-Koreaanse massavernietigingswapens gewoon doorgaat. Toch zegt Trump hoopvol te zijn dat hij een deal kan sluiten met Pyongyang. Als eerste zittende Amerikaanse president stapte hij op 30 juni de grens over met Noord-Korea, waar hij Kim Jong-un lachend de hand schudde.
Eerdere Noord-Koreaanse herdenkingsmunten straalden meer strijdbaarheid uit. Nog vorig jaar beeldde de centrale bank een raket af met een Amerikaanse vlag en de letters ‘USA’ die door een heroïsche Noord-Koreaanse vuist tegen de grond wordt gedrukt. Op andere muntstukken stonden oud-leider Kim Jong-il in militair uniform, een raket die een satelliet in een baan om de aarde brengt en diverse Noord-Koreaanse monumenten en symbolen.
In 2018, nog vóór de eerste top tussen Trump en Kim in Singapore had plaatsgevonden, sloegen de Verenigde Staten zelf ook een veelbesproken herdenkingsmunt. Die leidde tot kritiek, omdat de twee leiders als gelijkwaardig werden afgebeeld, wat koren op de molen van het Noord-Koreaanse propaganda-apparaat was. Ook werd er gegrinnikt omdat Kim Jong-un was afgebeeld met nog meer onderkinnen dan hij in werkelijkheid meedraagt.
Een eerdere versie van dit artikel verscheen op 16 juli 2019 in NRC Handelsblad en op nrc.nl.
In Noord-Korea rijden zo weinig auto’s dat wanneer er eens eentje langs zoeft politieagenten en militairen in de houding schieten en het voertuig salueren. In zo’n luxetransportmiddel moet immers wel een hoge pief zitten. In de zes jaar dat journalist Eric Talmadge door het land reed, werd hij door tal van soldaten gesalueerd. Als Amerikaan nog wel, in Noord-Korea staatsvijand nummer één, ze moesten eens weten. Vorige maand overleed Talmadge op 57-jarige leeftijd in Tokio aan een hartaanval.
Dergelijke reportages waren tekenend voor Talmadge, de enige westerse journalist die semi-permanent verslag deed vanuit Noord-Korea. De Amerikaan nam in 2013 de leiding over van het hoofdkantoor van persbureau AP in Pyongyang, tot voor kort het enige westerse medium met een bureau in Noord-Korea. Direct was Talmadge duidelijk wat hem te doen stond: niet zozeer kernproeven en propaganda analyseren, maar zijn aanwezigheid in het communistische land gebruiken om de levens, gedachten en verlangens van gewone Noord-Koreanen te tonen.
Met die missie wist Talmadge vermoedelijk meer mensen te bereiken via zijn fotokanaal op Instagram dan met zijn gedetailleerde reportages voor AP. De journalist plaatste beelden van burgers die aan het strand mosselen bakten op brandende benzine, van fabrieken voor zeep en kimchi in Pyongyang en van kapperszaken en ontharingssalons. Talmadge berichtte ook graag over het eten dat hij aantrof in het land, van Koreaanse pannenkoek en lokale vissoep tot junk food en – jawel –hondenvlees. Zijn populairste video, met meer dan een miljoen weergaven, toont hoe Noord-Koreanen reizen via de diepste metrolijn ter wereld. Het gewone leven dus. Uiteraard ook veel foto’s van marcherende militairen en van mensenmassa’s voor standbeelden van de Kim-dynastie: het politieke is nu eenmaal óók persoonlijk in Noord-Korea.
Het gewone Noord-Koreaanse leven maakt ook de hoofdmoot uit van Talmadges geschreven werk, dat zich kenmerkt door droge humor. Zo schreef hij een reportage over een winkelcentrum waarin naast grote flatscreens struisvogelhuid, “neo-Viagra” en energy drink werden verkocht. Hij bezocht een worstenfabriek en ’s wereld grootste nooit in gebruik genomen gebouw (een hotel van 105 verdiepingen). Ook omschreef hij kleine culturele veranderingen, zoals de opkomst van een Noord-Koreaanse “K-popband” en de populariteit van hippe sneakers.
Soms bleek Talmadges aanwezigheid in Noord-Korea zelfs contraproductief voor berichtgeving over actuele ontwikkelingen. Toen het Koryo-hotel in Pyongyang in brand vloog zweeg AP in alle talen, terwijl concurrent Reuters wél actueel nieuws over de brand had en zelfs toeristen in Noord-Korea wist te spreken. In 2014 stortte een appartementencomplex in Pyongyang in, waarbij tientallen mensen om het leven kwamen. AP berichtte erover vanuit Seoul, terwijl het Noord-Koreaanse AP-filiaal op enkele minuten rijden van de plek des onheils lag. Talmadge verklaarde dat hij op het moment van het ongeluk niet in Pyongyang was en dat toen hij terugkwam niemand hem over de instorting vertelde.
De keuze van AP om een kantoor in Pyongyang te openen is de afgelopen jaren niet zonder kritiek gebleven. Zo stelde de specialistische website NKNews dat AP vanuit Pyongyang bewust vrijwel niet bericht over Kim Jong-un, dat de Noord-Koreanen waarmee AP werkt worden aangeleverd door de staat en dat exclusieve interviews met Amerikaanse politieke gevangenen niet gepubliceerd werden – om het regime niet tegen de schenen te schoppen. AP reageerde dat ze inderdaad werken met Noord-Koreaanse ‘journalisten’, aangezien dit verplicht is in het land. Het persbureau ontkent echter staatspropaganda of andere feitelijke onjuistheden te hebben bericht vanuit Pyongyang. Talmadge merkte verder op dat hij vrij kon opschrijven wat hij wilde en dat geen enkel artikel van hem ooit gescreend was door een censor.
Talmadge werd in 1962 geboren in Renton, een voorstad van Seattle. Als scholier ging hij op uitwisseling naar Japan, waar hij zich na zijn afstuderen als journalist in de jaren tachtig zou vestigen. Vóór zijn AP-tijd schreef hij voor Japanse media over Noord-Korea, en duidde hij voor Japanse tv-zenders ontwikkelingen in het land. Talmadge was een fervent bowler en wist op reportages op de meest afgelegen plekken in Azië nog een bowlingbaan te vinden. De journalist hield zich verder bezig met mediteren, hardlopen, zwemmen en fietsen. Het was hem niet toegestaan zich onafgebroken in Pyongyang te vestigen. Elke maand reisde Talmadge vanuit Japan naar Noord-Korea en bleef hij daar tien dagen – of zo lang als het bewind het hem toestond.
Talmadge hekelde mensen die een eenzijdig beeld schetsten van Noord-Korea. “Denk nooit dat je Noord-Korea werkelijk begrijpt”, zei hij tegen een collega. “Het heeft meer hoeken dan alle plekken waar ik ooit geweest ben.” In het gesloten land behield Talmadge zijn journalistieke nieuwsgierigheid, die hem ertoe dreef om altijd toegang proberen te krijgen tot nieuwe locaties – zelfs als hij al honderd keer nul op het rekest had gehad. “Ik ben er verrast en op zekere manier gerustgesteld, om te zien hoe gewone Noord-Koreanen geven om dezelfde zaken als iedereen: hun familie, hun financiën, hun gezondheid en hun vrienden”, zei hij in 2015.
Het werken in Noord-Korea beïnvloedde ook hoe Talmadge zijn thuissituatie in Japan waardeerde. “Elke keer […] denk ik dan: ik kan overal heengaan waar ik wil”, aldus de journalist. “Dat zie ik al niet meer als vanzelfsprekend”.
Collega Justin McCurry, correspondent van The Guardian in Japan, schreef dat journalisten die Noord-Korea vanuit andere delen van Oost-Azië coveren, Talmadge veel verschuldigd zijn. Hij slaagde er volgens McCurry in ondanks „de beperkingen waaronder hij moest werken” om gewone Noord-Koreanen tot leven te wekken en het land een menselijk gezicht te geven. „Daarvoor zal ik hem altijd dankbaar zijn.”
Jean H. Lee, de eerste AP-chef in Pyongyang, postte na diens overlijden een foto van Talmadge, buiten de bowlingbaan van Pyongyang. “Dit is hoe hij graag herinnerd zou willen worden. […] Ik hoop dat hij nu strikes scoort in de Gold Lane van het hiernamaals.”
Een eerdere versie van dit artikel verscheen op 1 juni 2019 bij NRC
Lees hier mijn necrologie voor @nrc van Eric Talmadge (1962 – 2019), bureauchef / correspondent van persbureau @AP in Pyongyang & de enige westerse journalist die semi-permanent verslag deed vanuit Noord-Korea https://t.co/YzZdKWS6pf